Socrates versus Baudet? Of een kwestie van waarden?

Ik heb er altijd zorg voor gedragen mijn politieke voorkeur buiten mijn filosofisch werk te houden. De reden: het is misleidend om de indruk te wekken dat mijn politieke voorkeur filosofisch onderbouwd kan worden en dus daarom ‘waar’ zou zijn, terwijl die voorkeur toch subjectief is.
In de afgelopen weken, echter, is het me niet gelukt die scheiding aan te houden. De verkiezingsretoriek van Baudet en de overwinning van Forum in deze verkiezingen raakten mij kennelijk zozeer dat ik mijn politieke visie niet of nauwelijks buiten mijn filosofische analyse kon houden. Is die vermenging, filosofisch gezien, ‘fout’?

Laat ik het zo zeggen: als ik Baudet’s overwinningsspeech puur socratisch of fenomenologisch lees, dus mijn eigen oordeel even uitschakel om te luisteren naar wat hij zegt, dan ben ik al niet ’neutraal’. Allereerst ga ik er al vanuit dat het mogelijk en wenselijk is om ‘zonder oordeel’ naar hem te luisteren. En als dit inderdaad zo is, neem ik in feite al een morele en politieke positie in. Immers, kennelijk vind ik ‘respect voor de ander hebben en tonen’ een belangrijke waarde, evenals ‘met elkaar in dialoog gaan’ (in de zin van: samen over iets nadenken, in plaats van ’tegen elkaar in denken’). Ook ga ik er vanuit, dat de betekenis van wat iemand zegt bepaald wordt door de bredere context van diens handelen.
Dit zijn drie ‘aannames’ die ‘verscholen’ liggen in de filosofische houding van ‘niet weten’ (Socrates), ‘mijn oordeel opschorten’ (Husserl) en ‘de betekenis van een woord is hoe het in de praktijk gebruikt wordt’ (Wittgenstein).
Wat ik voor mijn gevoel in de Baudet-discussies niet of te weinig gedaan heb, is deze drie impliciete waarden/aannames expliciet te benoemen - namelijk als mijn hartstochtelijke ‘vooringenomenheid’. Deze kan dan in de dialoog worden meegenomen - als een van de onderwerpen van gesprek. Inderdaad, mijn oordeel over Baudet en Forum is niet ‘objectief waar’, maar een ethische en politieke keuze.

Ter afsluiting en in het kader van de Baudet-discussie een link naar een artikel van Ko Colijn in NRC (oorspronkelijk in VN). Colijn is medewerker aan Instituut Clingendael.

Waarheid

Het is al vaker opgemerkt: Ramose schetst een eenzijdig beeld van de Westerse cultuur en de Westerse filosofie - wellicht om legitieme (politieke) redenen.
Dat hoeft mij er niet van te weerhouden, enige nuance aan te brengen in het beeld van wat 'Westerse filosofie' is. Sterker nog, in de postmoderne filosofie in het Westen zijn dingen gebeurt die verwant lijken te zijn met wat Ramose schetst als typisch Ubuntu.

Ook al laat Ramose zijn beweringen soms voorafgaan door “ik geloof, dat ...” en “ik denk, dat ...”, heb ik toch de sterke indruk dat hij zijn visie op Ubuntu aan ons presenteert als de waarheid van de universele (Ubuntu) en menselijke (Umuntu) werkelijkheid. Zo is de werkelijkheid. Voor hem correspondeert zijn verbale beeld van de werkelijkheid (‘Ubuntu’ genaamd) dus 1-op-1 met ‘de’ werkelijkheid. Dit Ubuntu-beeld is ‘meer waar’ dan ‘het’ Westerse beeld van de werkelijkheid, zoals hij dat schetst.

Onder post-moderne (Westerse) filosofen bestaat een ander idee van ‘waarheid’. Een bewering is niet waar omdat ze ‘correspondeert’ met ‘de’ werkelijkheid die ‘buiten’ de bewering ‘werkelijk’ bestaat. Die ‘correspondentie’ is zelf een bewering, die overigens met niets anders ‘correspondeert’ dan met de wil en pretentie van degene die haar uitspreekt, om ‘de waarheid’ te kennen.

Natuurlijk kunnen we in sommige gevallen spreken van correspondentie. Als we in een park lopen en ik zeg ‘Wat is dat een mooie boom’, dan zal ‘boom’ ongetwijfeld verwijzen naar (‘corresponderen met’) een boom die daar staat. Met ‘mooi’ wordt het al lastiger; ‘mooi’ is niet een eigenschap van de boom maar van mijn beleving en waardering van de boom (want jij vindt hem bijvoorbeeld helemaal niet mooi). Er is weliswaar een verband tussen de boom die daar staat en mijn woordje ‘mooi’, maar dit verband is niet een ‘correspondentie’ die mijn ‘mooi’ waar doet zijn. Anders gezegd: er vindt hier in dit park een relatie tussen de boom en mij plaats en in deze relatie gebeurt aan mijn kant van de relatie iets dat ik ‘mooie boom’ noem.
Iets dergelijks gebeurt iedere keer wanneer we betekenissen geven, waarden toekennen, verklaringen zoeken, e.d

Sterker nog: zo zijn wij mensen kennelijk aanwezig in de wereld, als deel van de wereld; wat wij voor ‘waar’ houden, dus als werkelijkheid, bestaat voor een belangrijk deel uit onze normatieve en interpreterende projecties. Ik kan niet anders dan deze boom mooi vinden, althans niet op dit moment op deze plek. Dit is de werkelijkheid nu in dit park. Zo is deze boom in dit park nu. Mijn ‘projecterende’ aanwezigheid hier nu in relatie tot deze boom creëert deze werkelijkheid. Het heeft geen zin om je af te vragen of mijn uitspraak ‘Wat is dat een mooie boom’ ook werkelijk met die boom correspondeert, dus ‘waar’ zou zijn in de zin van: die boom is werkelijk (‘objectief’) mooi.

Als wij met zijn vijven naar een muziekstuk luisteren, bestaat dat geluid werkelijk en dat geluid heeft ook echt een bepaalde structuur, maar tegelijkertijd gebeuren er in deze ruimte vijf verschillende werkelijkheden. Onze aanwezigheid in deze ruimte, waarin deze muziek te horen is, creëert vijf verschillende werkelijkheden (en misschien nog wel meer, als iemand niet eenduidig is in zijn beleving en waardering van deze muziek). De werkelijkheid van deze ruimte is dus gelaagd, veelduidig. Er bestaan meerdere en verschillende relaties tussen de oren in deze ruimte en dit geluid (‘muziek’). En ieder(s) luisteren heeft relaties met van alles: wat je van huis uit hebt meegekregen; met welke andere muziek je dit stuk associeert; in welke stemming je überhaupt al hier bent gekomen; wat jouw muzikale voorkeuren zijn; hoe je beïnvloed wordt door wat er in deze kamer gebeurt, zoals de belevingen van de anderen; etc.

Ieder van ons in dit park of in deze kamer creëert op dat moment zijn of haar eigen werkelijkheid. Hiermee is natuurlijk niet bedoeld dat het park of de kamer niet als materiële werkelijkheid zou bestaan, los van onze projecties. Wel is ermee bedoeld, dat we niet in het park of in de kamer aanwezig kunnen zijn zonder onze betekenissen en waarden en interpretaties en verklaringen te projecteren.

Dus het park en de kamer zijn tegelijkertijd ‘materieel’ dat wat ze van zichzelf zijn en onze verbeelding ervan. We kunnen niet zonder de verbeelding.

Fenomenologie - in de originele versie van Husserl - gaat hiervan uit maar probeert toch die verbeelding (de projecties) allereerst bewust te zijn en vervolgens zoveel mogelijk te beperken.

Gilles Deleuze en Félix Guattari zijn niet zozeer geïnteresseerd in de fenomenologische reductie, maar zijn zich wel bewust van het projecterende karakter van onze aanwezigheid in de wereld. In hun zogenaamd ‘nomadisch denken’ gaat het hen er juist om dat wij zelf voortdurend op zo’n manier werkelijkheden creëren. We creëren betekenissen en waarden (die dus niet ‘objectief’ zijn), leggen lijntjes tussen en met van alles, worden beïnvloed van buiten af, beïnvloeden zelf wat er buiten ons is. Er is geen ‘ik’ in de zin van een identiteit; er is geen ‘boom’ in de zin van een identiteit; er is geen ‘situatie’ in de zin van een objectieve werkelijkheid; etc. Voortdurend creëren we werkelijkheden - alleen en samen; willekeurig en onwillekeurig.

Fenomenologische reductie en transcendentie of socratisch ‘niet weten’ (of ‘even een stapje terugzetten’ of ‘even bidden als een valk’) zijn geïmpliceerd in het nomadisch denken. Je kunt alleen maar creatief zin in semantische projecties, als je beseft dat het (maar) projecties zijn, dus in die zin ‘willekeurig’, en dat je ze veranderen kan - ook al kun je niet zonder.

Westerse arrogantie?

Ik kan het boek van Ramose niet lezen zonder er ook kritisch naar te kijken. Is dat Westerse arrogantie? Of Eurocentrisme?

In tegenstelling tot Hummels probeer ik te begrijpen wat Ramose ons vertelt over ubuntu. Hummels heeft alleen maar kritiek en doet in zijn recensie geen enkele poging om vanuit Ramose’s positie (in het dekolonisatie-proces in Zuid-Afrika) te denken. Begrijpen en oordelen zijn twee verschillende denk-activiteiten. Hummels oordeelt alleen maar zonder enige poging tot begrijpen.

Als je probeert Ramose’s tekst over ubuntu te begrijpen, kun je proberen je in hem te verplaatsen - en daarmee in de situatie van iemand die in het dekoloniserende Zuid-Afrika op zoek is naar zoiets als ‘Afrikaanse identiteit’ als alternatief voor de hen eeuwenlang opgedrongen Westerse identiteit. Het valt niet mee om je je als Nederlander in zo’n positie te verplaatsen. Maar proberen kan geen kwaad. Het is een mooie filosofische (fenomenologische) gewoonte om ‘je (voor-)oordeel even uit te schakelen’ en je in hem te verdiepen. Zo lukt het wellicht om te begrijpen wat je leest - dus wat Ramose schrijft.

Maar begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren of instemmen. Ramose’s woorden zijn niet ‘meer waar’ of ‘moreel beter’ omdat ze uit de mond van een zwarte Afrikaan komen. Dat zou een vorm van (‘positief’) racisme zijn. In de beoordeling van wat Ramose schrijft, hoeven we onze eigen waarden niet te vergeten; we hoeven ons er ook niet voor te schamen omdat ze Westers zijn. Anders dan in het zwart-wit denken (letterlijk!) van Ramose, is de Westerse cultuur niet alleen globalistisch, kapitalistisch, fragmenterend, objectiverend, ‘verdingelijkend’, onmenselijk/zakelijk, e.d. We hebben ook andere tradities. Vanuit Westerse humane waarden Ramose’s boek beoordelen, is niet perse en niet in alle gevallen 'koloniaal'. Sterker nog, alleen door onze eigen waarden niet te vergeten, kunnen wij in dialoog gaan met bijvoorbeeld Ramose. En dan zal m.i. blijken, dat de verschillen tussen ubuntu en Westers niet zo absoluut is als Ramose ons wil doen geloven.

Mr. Reid en het ubuntu/wetboek-dilemma

Deze week had Rijdende Rechter mr. Reid het even moeilijk. Hij was ergens tussen ubuntu en het Nederlandse recht terecht gekomen.

Een garagehouder uit Zeeland voelde zich onheus behandeld door een klant uit Friesland. De autodealer had op zijn website een witte Renault Clio te koop staan en dat was de grote droom van de Fries. Nog maar twee weken daarvoor had hij een Citroën C3 gekocht, maar dat mocht niet deren; hij moest en zou die Clio krijgen, met de C3 om in te ruilen.

De garagehouder was een fidele man. Hij was bereid voor de inruilauto de prijs te betalen die de klant ervoor betaald had. Over de vraagprijs van de Clio werden ze het ook eens. De koop was beklonken. De Friezen reden tevreden met hun nieuwe auto naar huis. De overschrijving van de C3 zou door de garagehouder later bij de instanties geregeld worden.

Om de een of andere reden nam de Zeeuw later contact op met de dealer van wie de Fries de C3 gekocht had. Wat bleek: hij had de Fries gevraagd hoeveel hij voor de C3 betaald had, maar het bedrag dat die noemde lag 1000 euro hoger. De Zeeuw voelde zich belazerd en wilde òf die 1000 € terug òf de koop terugdraaien. Dat wilde de Fries niet. Ondertussen plaatste de vrouw van de Fries de lasterlijke leugen op de reactie-pagina van de Zeeuwse dealer, dat deze allemaal schadeauto’s levert.

'Wij in het land’ voelden ons solidair met de garagehouder. Immers, welke autodealer geeft jou de aankoopprijs voor de inruilwagen? De Fries had gelogen en zijn vrouw laster verspreid.

Bij de uitspraak bleek dat mr. Reid het eigenlijk eens was met 'ons in het land’. Hij liet de Fries duidelijk weten dat hij diens leugen (omwille van de handel, zoals de Fries zelf het verdedigde) niet fraai vond en de laster van diens vrouw al helemaal niet.

Maar ja, de rechter is gebonden aan de wet. En de wet zegt (bij monde van het wetboek, uitgesproken door de rechter), dat de verkoper zelf bepaalt welke prijs hij vraagt voor de te verkopen auto en hoeveel hij terug wil geven voor de inruilauto. En dat is ook gebeurd tijdens de onderhandelingen. Dat de koper gelogen heeft over de aanschafprijs van zijn C3 doet niet ter zake. Dus het koopcontract is wettig; de garagehouder is sowieso al eigenaar van de C3 en hij kan deze dus in de verkoop doen. De vrouw van de Fries zal wel haar bericht op de website van de Zeeuw moeten verwijderen.

Dit voorval is een mooi voorbeeld van het verschil tussen ubuntu-recht en Westers recht.
Enerzijds zeggen ‘ons’ gezonde verstand en morele gevoelens (zo zijn we opgevoed), dat de Zeeuw, die zo genereus was om de aanschafprijs te betalen, niet belazerd had mogen worden door de liegende Fries. En de Friese vrouw had hem niet mogen belasteren. Dus de garagehouder staat in zijn gelijk.
Anderzijds blijkt dat de Nederlandse wet die situatie heel anders beoordeelt, niet op grond van ethiek maar op grond van algemene regelgeving over handel.

(Ook de serie ‘Mag dat?’ is in dit verband interessant. Vier panelleden moeten over alledaagse situaties beoordelen of dat wel of niet mag volgens de wet. Regelmatig botst ook hier het nuchtere verstand en het gevoel van medemenselijkheid en rechtvaardigheid met de vastgestelde Regels van de Wet. Onwaarschijnlijk veel details van ons dagelijks leven worden door de Wetgever geregeld.)


De geboorte van filosofie

Filosofie is een meerling (in de zin van tweeling, drieling, etc), die op verschillende plaatsen en tijden geboren is.
Ze is geboren rond 600 voor onze jaartelling in India (Boeddha), in China (Lau-tze) en Europa (Thales). Waarschijnlijk later ook in Mexico (de Tolteecse dichters). En nu wordt ze geboren in Afrika (Ubuntu).

Hoe ze geboren wordt, weten we uit Griekenland: Pallas Athene. Zij is de godin van de hemel, en wel van de heldere, klare hemel, van de reine, zuivere bovenlucht. Zo is zij godin van de wijsheid en godin van de kunst.
Bij Hesiodus en Homerus wordt zij Pallas genoemd, de lanszwaaiende godin die macht heeft over de bliksem. Zij zou geboren zijn uit het hoofd van haar vader Zeus nadat Hephaistos Zeus’ hoofd op diens bevel heeft opengespleten.
Kortom, wijsheid is een helder klaren en komt voort uit de onnatuurlijke daad van een opengespleten hoofd. Filosofie, wil ze geboren worden, vereist tegelijkertijd een willekeurige vernietigings- en scheppingsdaad. De traditie moet vernietigd worden en een nieuwe manier van denken gecreëerd, wil de mens de wereld helder kunnen zien.

Wij zijn nu getuige van de geboorte van de filosofie in Afrika. Altijd is er een sociale revolutie geweest waarin filosofie geboren kon worden. Het ontstaan van de stadstaten in Griekenland, bijvoorbeeld. Nu in Afrika is het de de-kolonisatie en het zoeken naar politieke zelfstandigheid. Bijzonder is natuurlijk dat de filosofie reeds bestaat, ook in Afrika, namelijk als Westerse filosofie, de filosofie van de bezetter. Het gaat er in de Afrikaanse emancipatie dus om een filosofie geboren te laten worden die niet Westers is. Dat is lastig, want filosofie is filosofie, ook al is ze een meerling. Deze dubbelheid van identificatie en afwijzing zien we goed plaatsvinden in het boek van Ramose.

In haar kindertijd is filosofie een wereld- en mensbeeld - een begripsmatig en beredeneerd beeld. Ze is geboren als een redelijk alternatief voor de op traditie gebaseerde religieuze verhalen en riten. ‘Ubuntu’ is haar Afrikaanse gelaat. Onder Afrikaanse filosofen is een strijd gaande om de juiste definitie van dit begrip. Daartoe worden allerlei redeneringen en retorische trucs van stal gehaald.
Ramose is een auteur die wil doen geloven dat Ubuntu al eeuwig bestaat als het hart van alle authentiek Afrikaanse cultuur. Ubuntu is echter verborgen - door de kolonisators - en hoeft slechts opgegraven te worden.
Andere auteurs (zoals Sisonke Msimang) zijn zich er meer van bewust dat Ubuntu een begrip en een visie is die zij nu, in deze historische tijd van de de-kolonisatie, eerst ontwikkelen en vormgeven.
Filosofie bestond niet reeds eeuwig, ze moet gecreëerd, door mensen tot stand gebracht worden.
Zo kritiseert Msimang de verheerlijking van Mandela en met name de verheerlijking van ‘vergiffenis’. Volgens haar stond Mandela vooral ook voor gerechtigheid, namelijk voor de zwarten. Mandela niet als heilige maar als vrijheidsstrijder. Ubuntu niet als heilsleer maar als sociale en politieke theorie.
Natuurlijk, er is een link met het verleden; Ubuntu, als idee, heeft een Afrikaanse traditie. Maar Ubuntu is nu, in de-koloniserend Afrika, een filosofie in wording - een sociaal en politiek programma met wensen voor een toekomstige samenleving.

(Lees ook: de Nelson Mandela lezing van Sisonke Msimang en het Interview met Sisonke Msimang in de Volkskrant.)