Vergelijking

Mr. Reid en het ubuntu/wetboek-dilemma

Deze week had Rijdende Rechter mr. Reid het even moeilijk. Hij was ergens tussen ubuntu en het Nederlandse recht terecht gekomen.

Een garagehouder uit Zeeland voelde zich onheus behandeld door een klant uit Friesland. De autodealer had op zijn website een witte Renault Clio te koop staan en dat was de grote droom van de Fries. Nog maar twee weken daarvoor had hij een Citroën C3 gekocht, maar dat mocht niet deren; hij moest en zou die Clio krijgen, met de C3 om in te ruilen.

De garagehouder was een fidele man. Hij was bereid voor de inruilauto de prijs te betalen die de klant ervoor betaald had. Over de vraagprijs van de Clio werden ze het ook eens. De koop was beklonken. De Friezen reden tevreden met hun nieuwe auto naar huis. De overschrijving van de C3 zou door de garagehouder later bij de instanties geregeld worden.

Om de een of andere reden nam de Zeeuw later contact op met de dealer van wie de Fries de C3 gekocht had. Wat bleek: hij had de Fries gevraagd hoeveel hij voor de C3 betaald had, maar het bedrag dat die noemde lag 1000 euro hoger. De Zeeuw voelde zich belazerd en wilde òf die 1000 € terug òf de koop terugdraaien. Dat wilde de Fries niet. Ondertussen plaatste de vrouw van de Fries de lasterlijke leugen op de reactie-pagina van de Zeeuwse dealer, dat deze allemaal schadeauto’s levert.

'Wij in het land’ voelden ons solidair met de garagehouder. Immers, welke autodealer geeft jou de aankoopprijs voor de inruilwagen? De Fries had gelogen en zijn vrouw laster verspreid.

Bij de uitspraak bleek dat mr. Reid het eigenlijk eens was met 'ons in het land’. Hij liet de Fries duidelijk weten dat hij diens leugen (omwille van de handel, zoals de Fries zelf het verdedigde) niet fraai vond en de laster van diens vrouw al helemaal niet.

Maar ja, de rechter is gebonden aan de wet. En de wet zegt (bij monde van het wetboek, uitgesproken door de rechter), dat de verkoper zelf bepaalt welke prijs hij vraagt voor de te verkopen auto en hoeveel hij terug wil geven voor de inruilauto. En dat is ook gebeurd tijdens de onderhandelingen. Dat de koper gelogen heeft over de aanschafprijs van zijn C3 doet niet ter zake. Dus het koopcontract is wettig; de garagehouder is sowieso al eigenaar van de C3 en hij kan deze dus in de verkoop doen. De vrouw van de Fries zal wel haar bericht op de website van de Zeeuw moeten verwijderen.

Dit voorval is een mooi voorbeeld van het verschil tussen ubuntu-recht en Westers recht.
Enerzijds zeggen ‘ons’ gezonde verstand en morele gevoelens (zo zijn we opgevoed), dat de Zeeuw, die zo genereus was om de aanschafprijs te betalen, niet belazerd had mogen worden door de liegende Fries. En de Friese vrouw had hem niet mogen belasteren. Dus de garagehouder staat in zijn gelijk.
Anderzijds blijkt dat de Nederlandse wet die situatie heel anders beoordeelt, niet op grond van ethiek maar op grond van algemene regelgeving over handel.

(Ook de serie ‘Mag dat?’ is in dit verband interessant. Vier panelleden moeten over alledaagse situaties beoordelen of dat wel of niet mag volgens de wet. Regelmatig botst ook hier het nuchtere verstand en het gevoel van medemenselijkheid en rechtvaardigheid met de vastgestelde Regels van de Wet. Onwaarschijnlijk veel details van ons dagelijks leven worden door de Wetgever geregeld.)