Heidegger

Ramose /Heidegger met andere woorden


ik ben er.

altijd, van mij uit gezien, ben ik hier als ik er ben.

tussen alles wat er is, ben ik te onderscheiden, maar niet anders:

alles is hetzelfde:

het is er als wat bezig is te worden, komend en gaand.




tussen alles wat er is, zijn wij mensen er om de stilte te doorbreken van wat bezig is te worden,

denkend sprekend en makend handelend

als het goed is met respect voor al het andere.

Ontologie / zijnsleer

Ramose heeft het herhaaldelijk over ontologie (zijnsleer) en epistemologie (kennisleer). “Ubuntu is (…) de bron die overvloeit van Afrikaanse ontologie en epistemologie.” (Ramose, p. 29) Ze “moeten (…) als twee aspecten van een en dezelfde werkelijkheid worden opgevat.” (P.30)

Een ontologie bestaat uit uitspraken over de werkelijkheid in het algemeen en in haar diepste zin, dus juist ook over de werkelijkheid buiten het deel dat gevormd wordt door ons mensen. In een ontologie doe je uitspraken over werkelijkheid die we misschien deels maar niet in zijn geheel kunnen waarnemen en ervaren met onze zintuigen en betreden hanteren met onze ledematen. Zo gaat Ramose’s Ubuntu-ontologie ook over de werkelijkheid die wij niet kunnen waarnemen, met name de werkelijkheid van de voorouders en van degenen die nog moeten geboren worden.

Zijn epistemologie (kennisleer) lijkt vooral betrekking te hebben op het ontologische (!) gegeven dat mensen het ‘omhulde zijn’ concretiseren, niet in de laatste plaats door middel van kennis.

De sceptische, Socratische vraag moet hier gesteld worden: hoe kunnen we kennen wat ‘omhuld’ is en nog niet geconcretiseerd? Ook wanneer je zegt dat we het ‘omhulde zijn’ niet kunnen kennen’, zeg je in ieder geval dat het ‘er is’. Kennisleer behoort volgens Ramose tot de ondeelbare, ‘hele’ werkelijkheid, namelijk als het manifesterende en concretiserende ervan. (Hoe Heideggeriaans!). Maar ook hier geldt, dat je dan toch iets zegt over datgene waarvan je zegt dat je het niet kunt kennen, namelijk dat het ‘er is’.

In hoofdstuk 1 van het boek ontstaat bij mij de indruk dat Ramose zich beweegt in de sfeer van de betekenis- en zingeving (wat ik de sfeer van de semantische araus’ noem). Hij grenst een Afrikaanse ontologie en metafysica af tegenover een Westerse ontologie / metafysica (zie ook hoofdstuk 3, waarin hij het onder meer heeft over de Griekse en Hebreeuwse wortels van de Westerse ontologie en metafysica). En opvallend genoeg is er op zijn minst verwantschap tussen zijn Afrikaanse Ubuntu-geest en Heidegger’s Westerse Zijnsgeest.

De geest van Ubuntu & Heidegger's geest

Meteen al in het eerste hoofdstuk van Ramose’s boek valt me op dat ik soms wat Westerse filosofie meen te bespeuren in wat hij als typisch Ubuntu kenschetst.

Misschien is het verschil tussen Europese en Afrikaanse filosofie niet zo absoluut? Misschien zijn er zowel grote verschillen als ook overeenkomsten? Of is Ramose’s filosofisch taalgebruik sterk beïnvloed door de hedendaagse Europese filosofie en denkt hij (deels) ‘Europees’?

Waar zijn er in hoofdstuk 1 zulke sporen?

Hij zegt dat “Ubu- als ‘omhuld zijn’ altijd gericht is op ontvouwing, dat wil zeggen onophoudelijke, voortdurende, concrete manifestatie door bepaalde vormen en wijzen van zijn.” (p. 31). Het ‘omhulde zijn’, dat ‘zich manifesteert’ doet mij sterk denken aan Heidegger’s idee van het Zijn dat ‘zich verbergt’ en ‘zich “ont-bergt”‘, manifesteert. Zoals in de Ubuntu-filosofie, volgens Ramose, het ‘omhulde zijn’ concreet wordt in het spreken en de werken (instituties etc.) van de mens, zo ‘ont-bergt’ het Zijn zich volgens Heidegger in het denken van de mens. (Hij bedoelt dan het ‘eigenlijke’ denken, niet het alledaagse denken.)

Tegelijkertijd is er wellicht ook een belangrijk verschil tussen Ramose’s ‘omhulde zijn’ dat zich manifesteert en Heidegger’s Zijn. Ramose spreekt heel nadrukkelijk van ‘het wordende zijn’. Het scherpe onderscheid tussen worden en zijn noemt hij (terecht) typisch Westers. Daarom probeert hij een term vinden waarin die tegenstelling er niet is: wordend zijn. Heidegger’s Zijn is daarentegen statisch, niet wordend; slechts de manifestatie (‘ontbergen’) en verhulling (‘verbergen’) zijn dynamisch, historisch.