Ramose /Heidegger met andere woorden


ik ben er.

altijd, van mij uit gezien, ben ik hier als ik er ben.

tussen alles wat er is, ben ik te onderscheiden, maar niet anders:

alles is hetzelfde:

het is er als wat bezig is te worden, komend en gaand.




tussen alles wat er is, zijn wij mensen er om de stilte te doorbreken van wat bezig is te worden,

denkend sprekend en makend handelend

als het goed is met respect voor al het andere.

Ubuntu spirit

‘Heel-heid’ van lichaam en geest, van aanwezigheid en ritme, van dans/muziek/verhaal, van individu en groep. ‘Wordend zijn’; een dynamiek die niet van buitenaf komt, maar van binnenuit. (Komt het van buitenaf, dan wordt het gefixeerd ‘zijn!’, zoals Ramose dat noteert; zoals de heel-heid dan ‘totaliteit’ wordt, systeem.)

Met ‘heel-heid’ lijkt Ramose mij vooral te zeggen, dat het niet om systemen gaat, maar om ‘van binnenuit’ bij elkaar horen. Niet de dwang van een systeem, maar het bij elkaar passen, zoals in: verwantschap, of: vriendschap.

In Ubuntu is er een besef van de werkelijkheid als ‘iets’ dat onze menselijke dimensies verre te boven en te buiten gaat. De naam daarvoor is ‘ubuntu’, maar eigenlijk is dat al te veel gezegd, want verder kunnen we er niets over zeggen. (Lao Zi parafraserend zou ik dan ook zeggen: ‘De eeuwige Ubuntu kan niet in woorden worden uitgedrukt. De eeuwige naam kan niet worden genoemd’.) Wij mensen kennen deze werkelijkheid slechts ‘op onze manier’, zoals wij haar concretisering als onze mensenwereld. De naam hiervoor is ‘umuntu’.

Het besef (idee) van Ubuntu maakt zelf deel uit van onze mensenwereld. En als zodanig (als idee) vormt het in Ubuntu-culturen idealiter de wijze waarop men mensen, de mensenwereld en de natuur beschouwt: ‘heel’, in beweging, veranderend, sociaal, humaan, insluitend (i.p.v. uitsluitend), e.d.

Ballet Arumbaya Ndendeli

Indlondlo Zulu Dancers

Sanyu Children’s Choir Uganda

Filosofisch lezen

Wij lezen Ramose’s boek in filosofische leesgroepen. Waarom kunnen we zeggen dat het filosofische leesgroepen zijn? Is dat dankzij het feit dat Ramose hoogleraar filosofie is en filosofisch jargon in zijn boek een belangrijke rol speelt? Maakt dat ons lezen ook filosofisch?

Als antropologen, die geïnteresseerd zijn in Ubuntu als cultuurverschijnsel in zwart Afrika, Ramose’s boek lezen, zijn zij dan ook filosofisch bezig? Ik denk het niet; zij zijn antropologisch bezig.

En is het nodig voor ons filosofisch lezen dat de tekst geschreven is door een filosoof met filosofisch jargon? In het verleden hebben wij in onze leesgroepen ook niet-filosofische teksten van niet-filosofen gelezen, zoals een toespraak van Wilders. Ook hebben we naar dansvideo’s gekeken en naar schilderen. Het filosofische zat dan in de wijze waarop wij over die toespraak of over het kunstwerk nadachten.

Kortom, ik ben van mening dat wij filosofisch bezig zijn dankzij onze manier van lezen en bespreken. Wat is dat dan voor manier? Wat mij betreft:

We lezen een tekst, in afwezigheid van de auteur. We zijn dus niet in gesprek met de auteur maar nemen dode letters waar, die wij proberen te begrijpen (tot leven te brengen). We kunnen niet anders dan interpreteren. Zo kunnen we ook niet om onze eigen vooringenomenheid heen. Wat we wel kunnen doen, is ons bewust te worden van deze vooringenomenheid. Zo kunnen we ons blijven afvragen: ‘Ben ik niet te veel aan het interpreteren? Wat wil de auteur zelf nou eigenlijk zeggen?’ Het helpt dan, om andere interpretaties te raadplegen en in de leesgroep onderling te discussiëren over onze interpretaties. (Dit is fenomenologisch lezen.)
Als we op zo’n manier zelf-kritisch lezen, zijn we ons steeds bewust van het onderscheid en de spanning tussen (a) het onderwerp (in dit geval Ubuntu), (b) wat de auteur erover zegt en hoe hij dat zegt, en (c) ons begrip van dat onderwerp. Soms wordt ons begrip geholpen door het feit dat we zelf ervaring hebben met het onderwerp. Maar zeker in het geval van Ubuntu is dat niet zo, zeker voor mij niet. Daardoor ben ik van de auteur, Ramose, afhankelijk om iets te weten te komen over het onderwerp, Ubuntu. Om niet geheel aan hem overgeleverd te zijn, is het des te belangrijker om te beseffen dat het zijn boek is en zijn visie van het onderwerp weergeeft. Zo houd ik in mijn lezen van dit boek een kritische distantie, die filosofisch is (‘scepsis‘). Dit verhindert niet dat ik me bij het onderwerp betrokken voel en bij de auteur ‘aan zijn lippen hang’.

Theorie

Ramose noemt wat hij doet nadrukkelijk ontologie (theorie van het zijn) en epistemologie (theorie van het kennen).

Hij vertelt ons dat de Ubuntu-opvatting van het zijn (de werkelijkheid) gevat kan worden in de term ‘het wordende zijn‘. Zo wordt benadrukt, dat de werkelijkheid niet gefixeerd is, niet stilstaat, maar dynamisch is, in beweging.

Ook geeft hij ons een trefwoord voor de kennistheorie van de Ubuntu-filosofie: ‘heel-heid‘. De taal waarin men in de Ubuntu-filosofie de werkelijkheid kent, is erop gericht de werkelijkheid als heel-heid te zien, niet gefragmenteerd. Hij illustreert dat aan de hand van de grammatica. De grammaticale structuur van subject-werkwoord-object (onderwerp-gezegde-lijdend voorwerp) zou de werkelijkheid fragmenteren: de doener – het doen – het object. In Ubuntu zou die opsplitsing niet bestaan: het doen staat centraal, de doener is in het doen geïmpliceerd. (Dit laatste noemt hij ‘het gesubstantiveerde infinitief’: de persoon is altijd al vervat in het werkwoord.)

Er zit m.i. een paradox in Ramose’s streven om een theorie van het ‘wordende zijn’ op te stellen. Eigen aan theorie is, dat je iets vaststelt (letterlijk). Je zegt hoe iets is. Ook als jouw onderwerp iets dynamisch is, wordt deze dynamische werkelijkheid in de theorie geïdentificeerd en daarmee gefixeerd. Een theorie identificeert en generaliseert. (Dat is de reden dat Wittgenstein naar een manier van schrijven zocht, waarin geen sprake is van theorie. Hij beschreef situaties en handelingen, zonder daar algemene theoretische uitspraken over te doen.)

Deze paradox tussen het onderwerp van Ramose’s boek (Ubuntu) en zijn theoretische taal neem ik verder voor lief. Het is nu eenmaal zo; zo denkt hij (traditioneel filosofisch) en zo schrijft. Het hoeft mij er niet van te weerhouden om dankzij zijn boek iets leren van zijn onderwerp, Ubuntu. Zo leer ik iets over de Ubuntu-filosofie als de ‘semantische aura‘ van de Ubuntu manier van leven.

Als Socratische filosoof ben ik sterk geneigd de semantische aura van mijzelf en de ander door te prikken. Maar laat ik me inhouden en me fenomenologische opstellen, benieuwd naar wat Ramose mij te zeggen heeft.

Geen -ismen

Volgens Ramose denkt Ubuntu in heelheid. Verschillen en onderscheidingen ziet hij als aspecten van de ene werkelijkheid. We mogen de heelheid echter niet holisme noemen. Want -isme duidt op een afgesloten en gefixeerd (denk-)systeem. In een visie waarin de werkelijkheid dynamisch is, in beweging, in voortdurende wording èn een geheel, zijn ‘toestanden’ slechts tijdelijk, momenten in de stroom van de werkelijkheid.

Ik gebruik het woord ‘werkelijkheid’, niet ‘het zijn’, ook niet Ramose’s ‘wordende zijn’. In het woord werkelijkheid zit werken, wat overeenkomt met de dynamiek waar Ramose het over heeft.

Volgens het Prisma Etymologisch Woordenboek is de oorspronkelijke betekenis van het achtervoegsel ‘-heid’: stand, waardigheid; eer, aanzien; glans, beeld, teken; schitterend, heet.

In de Grote Van Dale staat bij ‘christenheid’: alle christenen, dus de gehele groep (terwijl christendom op de religie wijst). De betekenis van ‘mensheid’ is in de Grote Van Dale: (a) de menselijke natuur (aard), (b) de gezamenlijke mensen.

Het achtervoegsel ‘-heid’ gaf oorspronkelijk dus de glans aan van het woord waar het achter stond. En tegenwoordig geeft het de groep aan van het woord waar het achter staat. Volgens de Grote Van Dale heeft daarentegen het achtervoegsel -isme een heel andere functie: “het geheel van opvattingen m.b.t. wat of wie door het grondwoord genoemd”. ‘-heid’ betreft de werkelijkheid, ‘-isme’ de opvattingen. Wanneer Ramose dus het achtervoegsel ‘-heid’ gebruikt, wil hij aangeven dat het om de/een gehele werkelijkheid zelf gaat en niet om een theoretisch of religieus denksysteem over de werkelijkheid.