Filosofisch zelfbewustzijn

Als gevolg van mijn filosofische vorming kan ik Ramose’s boek niet anders lezen dan met een filosofisch zelfbewustzijn. Dat wil zeggen: ik lees geen objectieve waarheden (‘ontologie’), maar beweringen over de werkelijkheid die voor waar worden gehouden.

De eerste denkers met filosofisch zelfbewustzijn die we in de Westerse traditie kennen, zijn Socrates en sofisten als Gorgias. Filosofisch zelfbewustzijn wil zeggen: terwijl je beweringen doet over de werkelijkheid, besef je dat je iets construeert met woorden, met taal, en dat dit niet hetzelfde is als (de waarheid van) de werkelijkheid. Daarom daagde Socrates iemand met een overtuigde mening uit om die de waarheid van die mening te onderzoeken.

Ook in de Aziatische traditie heeft zich, in diezelfde eeuwen vòòr onze jaartelling, filosofisch zelfbewustzijn ontwikkeld: bij Gautama de Boeddha en bij Lao-ze.

In de Europese traditie heeft in de 17e eeuw Descartes opnieuw filosofisch zelfbewustzijn ontdekt resp. tot stand gebracht, in zijn zogeheten ‘filosofische meditaties’.

Bij Ramose lees ik weliswaar dat in de Ubuntu-filosofie waarheid door mensen gemaakt wordt, maar toch uit Ramose in naam van Ubuntu beweringen over het zijn, de mens, de mensengemeenschap, moraal, religie, recht, etc etc. Hierbij mis ik filosofische zelfreflectie. De gevolgen daarvan zie je wanneer hij een profiel van Ubuntu schetst door een karikatuur van de Westerse filosofie voor te schotelen. Ik ben het eens met Linda Lenssen (zie
haar bijdrage aan deze blog) wanneer zij opmerkt dat het meer Ubuntu zou zijn, wanneer hij de Westerse cultuur niet had buitengesloten.

Interessant in dit verband is de manier waarop Ramose ‘epistemologie’ (kennisleer) bedrijft. Deze is bij hem niet kritisch in bovengenoemde zin, maar eigenlijk een soort zijnsleer: zó IS kennis; de mens IS een wezen dat de werkelijkheid onderzoekt en kent, etc.

Ja, hoe kun je een zijnsleer (‘de werkelijkheid IS zó!’) formuleren wanneer je van mening bent dat de werkelijkheid niet te fixeren is, niet een afgebakend geheel maar een ongrijpbare heel-heid, een voortdurend worden? Ja, zijn deze kenmerken al niet te veel, als je zegt dat de werkelijkheid (Ubuntu) niet gekend kan worden? Als ze onkenbaar is, waarom zou ze dan niet juist wel stabiel en vast zijn?

Ramose schippert tussen Ubuntu als levensopvatting, dus cultureel gezien willekeurig, een culturele keuze enerzijds en Ubuntu als objectieve waarheid, als ontologie, anderzijds.

Terwijl ik verder kom in Ramose’s boek, probeer ik Ubuntu te begrijpen ondanks de ‘ontologische’ manier waarop hij dat presenteert. Ik probeer me in te voelen in
hoe je in een Ubuntu-cultuur in de wereld aanwezig bent, hoe je die beleeft en hoe je je door de werkelijkheid beweegt.